Goeie ouwe tijden
Gisteren is dan de
beruchte CITO begonnen voor de meeste groep 8-leerlingen. Gek idee dat die
toetsen voor mij alweer vier jaar geleden zijn. En volgens mij vond ik het nog
best leuk. Ook spannend natuurlijk, het is toch een soort van toegangsbewijs
naar het vervolgonderwijs. Dat ik het leuk vond, kan ik me op dit moment slecht
voorstellen.
Ik vond school
sowieso heel leuk op de basisschool. Vooral het huiswerk: dat was stoer! Maar
van dat idee was ik heel snel af, want in de eerste klas werd dat kleine beetje
huiswerk (één keer in de week een bladzijde taal/spelling en een paar
rekensommetjes maken) ineens een stuk meer. Het ergste was nog dat ik dacht dat
het niet meer zou worden. En als ik dat wel had geweten, heb ik me dat niet
helemaal beseft. En nu, nu zit ik in de vierde klas van het atheneum en oef, nu wordt het toch wel een
stukje moeilijker. Waar het me in de voorgaande jaren – zeker in de 1e en de 2e
– zo makkelijk af ging, valt dat hier toch wel tegen. Ik heb mijn cijferlijsten
van voorgaande jaren er nog eens bij gepakt. Ik was nooit tevreden met een
zesje. Dat gold voor mij als een diepe onvoldoende. Ik stond dan ook vaak wel
een acht gemiddeld! Maar nu ben ik met een zesje zeer tevreden. En ik weet
zeker dat ik niet de enige ben die dit heeft. Jammer dat school deze
zesjescultuur niet waardeert. Daar willen ze allerlei systemen invoeren om
leerlingen met een hoge inzet te belonen. Helaas wordt je beoordeeld op hoge
punten. Waar blijven dan diegenen die keihard hun best doen, maar waar het gewoon
niet lukt? Ik heb het geluk dat mijn harde werken wel wordt beloond. Helaas
niet met achten en negens, maar toen ik in mijn toetsweek een zes haalde voor
geschiedenis was ik ontzettend trots op mezelf. En dat mag ook, ik heb er erg
hard voor gewerkt.
Back to the point.
Het is toch grappig dat achtste groepers vaak zoveel zin hebben om naar de
middelbare school te gaan (zo was ik zelf ook!) en veel middelbare scholieren
met plezier terug zouden willen gaan naar de basisschool (en ook hier herken ik
mezelf in). Jep, dat was het goede leven. Toch maak ik zonder al te veel te
klagen mijn school af. Ik besef me maar al te goed hoeveel geluk ik heb dat ik
überhaupt naar school kan, maar vooral besef ik me waar ik het voor doe. Ik wil
later kunnen doen wat ik leuk vind: voor de klas staan. Ik wil daarvoor best
wat huiswerk maken, tegen vervelende leraren in gaan, wakker blijven in de
saaie lessen en zware boekentassen mee sjouwen.
Ik vind een zes voor geschiedenis wel knap hoor! Leuke blog Kim! Liefs, Johan.
BeantwoordenVerwijderen